Noachidische geboden


Verbod op dierenmishandeling 

Van de website Christenen voor Israel dd. 24 Juni 2010.

http://christenenvoorisrael.nl/actueel/artikelen/27-artikelen/2187-noachidische-voorschriften 


Voor het bestaan van deze wetten van de zonen van Noach in de tijd van Noach zelf, die naar 
de traditionele Joodse berekening ongeveer vierduizend jaar geleden leefde, 
zijn vrijwel geen archeologische bewijzen. 
Archeologen vonden geen afgodsbeelden in de aardlagen van na de zondvloed. 
Dit zou kunnen wijzen op de grote invloed van de Noachidische voorschriften, 
die afgoderij verbieden. Maar deze 'bewijzen' kunnen nauwelijks tot een sluitende conclusie leiden. 
Het blijft onduidelijk of dit een gevolg was van het naleven van de Noachidische geboden. 
Uit oude Joodse bronnen is bekend dat de wetten van Noach eerder overtreden dan in acht genomen werden. 

Zes wetten waren eerder al aan Adam gegeven. Deze werden herhaald en aangevuld 
met een zevende gebod toen G-d het verbond van de regenboog met Noach sloot. 
Dit zevende gebod is het verbod op dierenmishandeling. Voor de zondvloed was het 
verboden vlees te eten. Maar toen toegestaan werd dieren te doden voor consumptie, 
werd het nodig extra maatregelen tegen dierenmishandeling te nemen. 

Vegetarisme 
In het scheppingsverhaal (Genesis 1:29-31) komt naar voren, dat de mensen voor de zondvloed 
alleen zaaddragende gewassen aten. Ook in de eschatologische wereld heet het, 
volgens de profeet Jesaja (11:7): ‘En de leeuw zal stro eten als het rund'. Deze teksten 
beschrijven echter een ideale situatie, die bestond aan het begin van onze wereld en 
die pas weer zal bestaan in Messiaanse tijden. 
In de Thora wordt nergens aangegeven, dat het vegetarisme als een ideale levenswijze 
wordt beschouwd. Toen Noach en zijn zonen de ark verlieten werd hen toegestaan ook
dieren als voedsel tot zich te nemen (Genesis 9:3) omdat zij de dieren hadden 
gered tijdens de zondvloed. Het Jodendom is gekant tegen het onnodig pijnigen van 
dieren maar dieren mogen wel gebruikt worden om in de menselijke behoeften te voorzien. 
De mens wordt ‘hoger' geacht dan het dier.  

Ethische gronden van vegetarisme 
Vele vegetariërs beroepen zich op ethische gronden. Meestal in twee vormen: of het wordt 
moreel verkeerd geacht het leven van een dier te nemen enkel en alleen voor de consumptie van vlees
of het zou onmenselijk zijn een ander schepsel pijn te doen. 
De Thora is bijzonder gevoelig in de omgang met dieren. Dieren moeten met rust gelaten 
worden op Sjabbat. Het ploegen met een os en een ezel in hetzelfde span is verboden, 
omdat het zwakkere dier zal proberen, ten nadele van zijn eigen gezondheid, 
het tempo van het sterkere bij te houden. Als een os graan moet dorsen, mag hij niet 
gemuilkorfd worden. Een moederdier en haar jong mogen niet op dezelfde dag geslacht worden. 
Niet dat die dieren zich hiervan bewust zijn. Het gaat erom dat dit als wreed beschouwd wordt. 
Uit de Talmoed blijkt, dat men niet aan tafel mag gaan voordat men de dieren heeft gevoederd. 
Ook de rituele slachtwetten zijn gericht op het minimaliseren van pijn bij dieren (Maimonides). 
Respect voor alle vormen van leven is een grondbeginsel van ons geloof. 
Jagen is al helemaal uit den boze, aldus rabbi Jechezkeel Landau (1714-1793): ‘Zoiets 
dergelijks vinden we nergens in de Thora, behalve bij Nimrod of Esau, slechte en verdorven mensen. 
Dit past niet bij de afstammelingen van Abraham, Isaak en Jakob. Niettemin is 
de consumptie van vlees geoorloofd, zij het met vele beperkingen. 

Wat de filosofische kant van de zaak betreft zijn er twee stromingen te onderkennen. 
Sommige rabbijnen lijken veel van de vegetarische levenshouding te onderschrijven. 
Zij beschouwen de huidige mens dier relatie, waarbij de mens het dier slacht, als een 
uiting van de gevallen toestand van de mens. Anderen, zoals rabbi Sjné'oer Zalman 
(1745-1813) uit Liadi, bezien de mens dier verhouding echter in een geheel ander perspectief:
‘Wanneer een mens vlees eet om zich te sterken voor de religie en het leren van Thora 
of om de Sjabbat op te luisteren, dan wordt dit vlees als het ware verheven doordat de 
aan het vlees ontleende energie wordt aangewend voor de godsdienst. 
Het wordt gelijk een offer'. Met andere woorden als een koe een ongestoord leven leidt en 
op natuurlijke wijze sterft, dan was het eenvoudig een koe. Maar als de koe geslacht wordt en 
uiteindelijk aangewend wordt voor een hoger doel, dan is de koe haar puur fysieke 
bestaan ontstegen en tot een hoger plan van gewijde dienstbaarheid verheven. 

Geen principieel verschil tussen Tora Noachidische geboden 
Ben Noach: Waarom heten de zeven voorschriften geen Adamitische wetten? 

Rabbijn: Toen G-d de wereld had geschapen, gaf hij Adam zes van de zeven wetten, die uiteindelijk 
de Noachidische wetten zouden worden. Deze voorschriften gelden daarom voor de gehele 
mensheid want alle mensen stammen af van Noach en Adam. Door de zondeval en de tien 
generaties na Adam die niet deden wat goed was in de ogen van Hasjeem, verloor Adam 
zijn patriarchale status. Hij was wel de lichamelijke maar niet meer de geestelijke 
voorvader van de mensheid. Noach werd voor deze positie uitverkoren omdat hij 
een “rechtschapen man” was, “onberispelijk onder zijn tijdgenoten” (Genesis 6:9). 

Daarom gelden niet de zes wetten van Adam, maar de zeven wetten van Noach als richtlijn 
voor alle volkeren omdat G-d na de vloed een verbond sloot met Noach. Het teken van het 
verbond dat G-d met Noach sloot was de regenboog, die met haar zeven kleuren een 
eeuwige herinnering vormt aan de zondvloed en Hasjeems belofte aan Noach om de mens nooit meer zo te straffen. 

Ben Noach: Is er veel principieel verschil tussen de Thora en de zeven Noachidische geboden? 

Rabbijn: Het is dus duidelijk dat de Noachiden in hun geloof niet afwijken van de Joodse 
geloofsprincipes en er geen fundamenteel ander gedachtegoed op nahouden. 
G-d heeft de wereld geschapen en de mens zeven opdrachten meegegeven. 
Wanneer deze geboden nageleefd worden, is er kans op een vredige wereld. 
Abraham heeft zich door zijn erkenning van de éénheid van G-d onderscheiden 
van zijn omgeving. Door zijn uitzonderlijke religieuze en menselijke eigenschappen 
koos G-d hem uit als voorvader van een volk met een aparte missie. Uiteindelijk werd 
die aparte status bezegeld bij de berg Sinaï. Wij geloven niet dat onze manier van leven 
de enige manier is en dat iedereen die niet volgens ons geloof leeft naar de hel zal gaan. 

Noachiden en de de 613 Thora voorschriften 
Ben Noach: Mogen niet-Joden de 613 Joodse geboden doen? 

Rabbijn: De zeven Noachidische wetten zijn de zeven hoofdregels waaruit vele andere 
regels voortvloeien. Overtreding van deze geboden is strafbaar voor hen. 
De Joodse geboden zijn voor hen optioneel. Hoewel de 613 geboden in de Tora niet 
bindend zijn voor Noachiden, staat het hen vrij om de meeste van deze geboden vrijwillig op zich te nemen. 
Hier staat ook een Hemelse beloning tegenover. Ze mogen Sjawoe'ot, het Wekenfeest, 
vieren, want toen zijn de geboden gegeven en ook Rosj Hasjana want toen werd Adam geschapen. 
Op deze dag wordt de hele mensheid geoordeeld. Niet-joden mogen echter de Sjabbat 
niet als rustdag houden zoals de Joden doen. Ze mogen ook geen nieuwe feestdagen instellen. 
Geboden die uitsluitend van toepassing zijn op leden van het Joodse volk zijn het houden 
van Sjabbat of Joodse feestdagen op Joodse wijze, het bestuderen van de Thora gedeeltes 
die niet relevant zijn voor de Noachidische wetten, het schrijven van een Thora rol, het maken 
of dragen van tefillien (gebedsriemen), het maken of bevestigen van een mezoeza 
(Thoratekst aan de huisdeuren) en het accepteren van een alija (opgeroepen worden voor de Thora). 

http://christenenvoorisrael.nl/actueel/artikelen/27-artikelen/2241-noachidische-voorschriften-deel-3 

De zeven Noachidische geboden vormen de basis van vele culturen. De bekende zeventiende-eeuwse jurist Hugo de Groot 
haalt deze wetten nogal eens aan als vroege bron van het internationale recht. De Groot houdt zich bezig met de vraag of het 
verbod op bloedvergieten uit Genesis (9:5-6) verhindert oorlogen te voeren. Zijn antwoord luidt, dat dit oorlog voeren 
niet belemmert. Als bewijs citeert hij het voorbeeld van Abraham, die de wapens opnam tegen de vier koningen. 
De Groot veronderstelt dat Abraham op de hoogte was van de Noachidische wetten en zich daaraan hield.

Verder haalt De Groot de oorlog van de Joden, die Egypte net verlaten hadden, tegen de Amalekieten aan. Hij stelt daarbij, 
dat Mozes voor het voeren van deze oorlog G'd niet consulteerde (Exodus 17:9) hoewel hij het Opperwezen normaliter 
wél raadpleegde. Dit zijn duidelijke bewijzen, dat de Noachidische wetten oorlog als zelfverdediging toelaten.

Thora en pacifisme 
De Thora is niet pacifistisch. Oorlog is soms gerechtvaardigd. Strijd werd echter nooit verheerlijkt. De Thorabenadering 
van het oorlogsvraagstuk lijkt paradoxaal. Geweld mag toegepast worden om vrede te bewaren. Vrede staat hoog 
genoteerd in de waardenhiërarchie van de Thora, maar onder omstandigheden is geweld een deugd.

Ondanks de grote nadruk op vrede, spreken de klassieke bronnen klare taal: “Wanneer iemand er op uit is u te doden, 
wees hem dan voor en dood hem eerst” (Sjoelchan Aroech I:329:6): “Wanneer vijandige troepen zelfs maar dreigen 
aan te vallen, gaat men hen gewapend tegemoet en is het zelfs toegestaan de Sjabbatrust te ontwijden”.

Omtrent de Thora stelt koning Salomo in Spreuken (3:17) dat “al haar paden vreedzaam zijn”. Dit lijkt in schril contrast te 
staan tot de oorlogswetgeving, waar zelfs een dreiging serieus genomen wordt.

Zelfverdediging is niet alleen geoorloofd; het is zelfs een plicht. Waarom wordt zelfverdediging gezien als een religieuze opdracht? 
De Thora en de vertegenwoordigers van haar waarden werden door G'd in de geschiedenis geplaatst om in de loop 
der tijden bepaalde doelen te bereiken. De menselijke factor is hierbij onmisbaar. “U bent mijn getuigen, zegt G'd, en 
Mijn dienaar, die Ik heb gekozen” (Jesaja 43:10). Als volk van G'd zijn hun overtuigingen, moreel niveau en uiteindelijk 
hun fysieke bestaan een G'dsbewijs. Een verdedigingsoorlog wordt verplicht omdat de Thora-erfenis levend moet blijven.

De Thora eist niet, dat wij onze doodsvijanden onvoorwaardelijk liefde betonen. Wel leert de Thora alleen wreedheid en 
slecht gedrag te haten maar niet de persoon. Ook onze vijanden zijn mensen. De Thora leert te vergeven en te vergeten. 
Religie verdraagt zich niet met langdurige haatgevoelens. Maar dit laat het recht op zelfverdediging onverlet.

Het recht op leven 
De keerzijde van een verbod op bloedvergieten is het recht op leven. Hoe staat de Thora daar tegenover? 
De Thora beschermt dit recht in Exodus 20:12: “Gij zult niet moorden” en in Genesis 9:6: “Wie ‘s mensen bloed vergiet, 
diens bloed zal door de mens vergoten worden want naar het beeld van G'd heeft Hij de mens gemaakt”.

Met name deze laatste woorden vormen een centraal thema in ons denken. Het houdt in dat de mens gezien wordt als 
een spiritueel wezen en in staat is tot goed doen en liefde. Menselijk leven afbreken is daarom hoogverraad aan de 
Thora. Moord verdrijft de G'ddelijke aanwezigheid uit de wereld. “Hij die een mens doodt, vernietigt een hele wereld” 
(Sanhedrien 4:5).

Waardevol leven 
De jongste ontwikkeling op het gebied van abortus- en euthanasiewetgeving staan op gespannen voet met de Thoravisie 
op het leven. In deze tijd wordt de waarde van het leven in brede kring met de mond beleden. Toch staat het leven 
niet werkelijk hoog in aanzien. Sommige ‘idealisten' zijn bereid om honderden onschuldige mensen te doden om hun 
doelen te bereiken. Velen keuren dit af maar kunnen er niettemin ‘begrip' voor opbrengen. 
Begrip voor misdaad is delen in het kwaad.

De mens als product van een toevallige evolutie is van weinig betekenis. Maar een mens, gecreëerd door G'd 
voor een verheven doel, wint aan inhoud. Hier ligt de essentie van de Thorabenadering. In het Thoradenken is 
het verbod op doden absoluut van karakter en door G'd gegeven. De geschiedenis leert, dat ‘man-made'-
overtuigingen tot rechtvaardiging van genocide zonder weerga kunnen leiden, zoals aangetoond in de annalen 
van de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Joegoslavië.   


Februari 2012
Z M D W D V Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 1 2 3
Maart 2012
Z M D W D V Z
26 27 28 29 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31