Jeruzalem

De Palestijnse claim op Jeruzalem

Van de website
 http://christenenvoorisrael.nl/artikelen/het-conflict/2251-de-palestijnse-claim-op-jeruzalem#article

Door Martin Janssen

Nu er weer gesprekken in beeld komen tussen de Israëlische premier Netanjahu en de 
Palestijnse leider Abbas, zal de oude controverse over Jeruzalem weer op het bordje 
van de onderhandelaars liggen. 
Waar is de Palestijnse claim op Jeruzalem als hoofdstad eigenlijk op gebaseerd?

Geen stad ter wereld roept zoveel emoties op als Jeruzalem. Het wordt geacht een heilige stad 
te zijn voor zowel jodendom, christendom als islam. Jeruzalem fungeerde van oudsher als beeld 
en symbool van heiligheid, die het menselijke en wereldse overstijgt. Rond het jaar 1000 voor
Christus werd Jeruzalem onder koning David politiek centrum en religieus hart van het joodse 
volk. Zijn opvolger Salomon bouwde op de berg Sion Gods heilige tempel, die zijn aanwezigheid 
onder zijn volk symboliseerde.

Het is precies deze Tempelberg die inzet is geworden van bittere strijd; de aanwezigheid van 
de tempel van Salomon op deze berg wordt in toenemende mate van islamitische zijde ontkend. 
Tegelijkertijd waagt niemand het de islamitische claims op Jeruzalem aan een kritisch 
onderzoek te onderwerpen.

Bij deze islamitische claims dient een onderscheid te worden gemaakt tussen theologische 
en historische aanspraken. We beperken ons hier tot de theologische. Gesteld wordt dat
Jeruzalem na Mekka en Medina de derde heilige stad van de islam is. Deze stelling wordt
gefundeerd op twee afzonderlijke koranverzen, over twee gebeurtenissen in het leven 
van de profeet Mohammed.

Het zijn verhalen die los van elkaar stonden, maar in de loop van de ontwikkeling van 
het islamitische denken met elkaar verbonden werden. Het betreft de Isra', een 
geheimzinnige nachtelijke tocht die Mohammed heeft gemaakt en de Mi'radj, 
de opgang van Mohammed naar de zeven hemelen in het gezelschap van de engel Gabriël.

‘Nachtelijke reis
Soera 17 van de Koran, die haar titel ‘de nachtelijke reis' ( Isra' ) ontleent aan 
de eerste gebeurtenis, begint met het vers: ‘Lofprijzing aan Hem, die zijn dienaar 
des nachts deed reizen van de gewijde moskee naar de verst verwijderde moskee 
waarvan Wij de omtrek gezegend hebben.' Terwijl in het Oude Testament de
naam van de stad Jeruzalem 669 keer voorkomt, wordt deze naam in de 
Koran niet één keer vermeld. De islamitische claim op Jeruzalem is uitsluitend 
gebaseerd op dit ene vers.

Dit koranvers stelt ons echter voor drie wezenlijke problemen. Ten eerste zegt het dat 
God zijn dienaar een nachtelijke reis heeft doen maken. Uiteraard heeft de 
koranexegese vanaf het begin gesteld dat met deze dienaar Mohammed wordt bedoeld.

Het tweede probleem is topografisch van aard. De Arabische tekst vertelt dat deze 
dienaar 's nachts reisde van de “masdjid al-haram naar de masdjid al-aqsa”. 
De masdjid al-haram oftewel ‘de heilige moskee' kan zonder problemen worden g
eïdentificeerd als de Kaaba in Mekka. Maar de masdjid al-aqsa oftwel ‘de verst 
verwijderde moskee' is problematischer. Het is de beroemde al-Aqsa moskee in 
Jeruzalem, die tegenwoordig de emoties hoog doet oplopen.

Veel vragen 
De islamitische traditie plaatst de nachtelijke reis van Mohammed in het jaar 621. 
De Arabische veroveraars bereikten Jeruzalem echter pas in 638, wat betekent 
dat er in 621 nog helemaal geen moskee in Jeruzalem was. Dezelfde soera 17 
maakt echter duidelijk (17,6-7) dat het woord masdjid ook voor joodse 
gebedshuizen werd gebruikt. Soera 17,7 spreekt over Israëls vijanden, 
die “hun gebedshuis (masdjid ) binnendringen, zoals zij de eerste maal 
binnengedrongen zijn en deze geheel verwoestten”. 
Dat lijkt te verwijzen naar de tweede verwoesting van de tempel in Jeruzalem in het jaar 70.

Dus al-masdjid al-aqsa in soera 17,1 zou kunnen verwijzen naar een joodse 
tempel. Zouden we echter deze ‘verst verwijderde tempel' identificeren met 
de tempel in Jeruzalem, dan lijkt dit weer moeilijk te rijmen met koranvers 30,1.
Daar wordt gesproken over Palestina als ‘het dichtstbijzijnde land'.

Veel westerse oriëntalisten en islamitische geleerden hebben dit ‘verst verwijderde 
gebedshuis' niet met Jeruzalem, maar met andere plaatsen geïdentificeerd. 
Bovendien stelt de sjiitische islam dat met de ‘verst verwijderde moskee'
de hemel wordt bedoeld. Maar ook als we Jeruzalem wel zouden accepteren 
als reisdoel van deze nachtelijke tocht, dan nog rest de vraag of het om een
fysieke tocht gaat of om een spirituele reis in een visioen of droom.

Het orthodoxe soennitische standpunt stelt dat Mohammed werkelijk, 
dus lichamelijk, deze nachtelijke tocht heeft gemaakt. Dit wordt echter 
weersproken door tradities, toegeschreven aan bijvoorbeeld Mohammeds 
echtgenote Aisha, die verklaart heeft dat het lichaam van Mohammed 
de hele nacht van de reis naast haar lag, en dat het dus een reis in een visioen was.

Hemelbeklimming 
De islamitische traditie is deze nachtelijke tocht gaan verbinden met een
andere gebeurtenis in het leven van Mohammed, waarop in soera 53, 1-18
en soera 81,19-25 wordt gezinspeeld. In beide soera's worden critici 
van Mohammed terechtgewezen, die schenen te twijfelen aan het wonder 
van de opklimming van Mohammed naar de hemel.

Over deze tocht van Mohammed door de zeven hemelen en de profeten
die hij daar heeft gezien en gesproken, vinden we echter geen spoor in de 
Koran. Het is met name de Sira van Ibn Hisham, die we rond 830 moeten 
dateren, die deze informatie verschaft en die de opklimming van Mohammed
naar de hemel en zijn reis door de zeven hemelen verbindt met de nachtelijke 
reis waarover in soera 17,1 wordt gesproken.

In de loop der eeuwen heeft zich vervolgens het volgende dogma ontwikkeld: 
Mohammed heeft op het paard Buraq in gezelschap van de engel Gabriël een 
nachtelijke reis naar Jeruzalem ondernomen. Hij heeft zijn paard vastgebonden 
aan de westelijke muur – de huidige Klaagmuur, door moslims ‘Buraq-muur' 
genoemd – om vervolgens vanaf de Tempelberg naar de hemel te klimmen. 
Al deze gegevens vinden we echter niet in de Koran, maar in de islamitische
tradities uit latere eeuwen.

De theologische claim van de islam op Jeruzalem als heilige stad voor de islam 
is dus uitsluitend gebaseerd op koranvers 17,1, waarin wordt gesproken over 
een nachtelijke tocht, die Gods dienaar van de Kaaba in Mekka naar de ‘verst 
verwijderde moskee' voerde. Waarbij zowel de naam van deze dienaar alsook 
de naam van het reisdoel niet wordt genoemd en tegenstrijdige visies bestaan 
aangaande de vraag of het hierbij gaat om een fysieke of spirituele reis. 
Vergeleken met het belang van Jeruzalem in de joodse en christelijke
heilsgeschiedenis zijn de islamitische aanspraken op Jeruzalem uiterst mager.

Met toestemming overgenomen uit het Katholiek Nieuwsblad

Februari 2012
Z M D W D V Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 1 2 3
Maart 2012
Z M D W D V Z
26 27 28 29 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31