Overwegingen bij de statie's van de kruisweg van Jan Toorop

Overweging bij de 1e statie van de kruisweg van Jan Toorop (Chris Kors)

meditatief

Het is een wonderlijk tafereel dat Jan Toorop ons tekent
in de 1e statie van zijn kruisweg.
Terwijl de aanklacht nog voorgelezen wordt
wast de gevolmachtigde van de keizer reeds zijn handen.
Heeft Toorop het lijdensevangelie soms niet goed gelezen?
Maar Toorop weet heel goed wat-ie doet!

Met subtiel lijnenspel
tekent hij de hogepriester en Pilatus
met hun secondanten, respectievelijk de gerechtsdienaar en de schenker
als identieke figuren.
Het zou ons zomaar kunnen ontgaan, maar:
hoe òntspannen zijn beide getekend;
als met onwaarschijnlijk gemak
leest de hogepriester hier Pilatus de wet
en onttrekt Pilatus zich aan zijn verantwoordelijkheid.

Maar er staan in deze statie nòg twee personen tegenover elkaar:
Jezus en ikzelf.
Ook Jezus staat er zeer ontspannen bij,
alsof het hem allemaal niet raken kan.
Zijn blik naar mij echter is schier onontkoombaar.
Alsof hij mij vraagt:
hoe staan wij tegenover elkaar?
Het liefst zou ik als een Petrus antwoorden:
Ach, Heer, dat weet u toch…
Maar zijn aanblik blijft
en ik vóel hoeveel werkelijkheid van alle-tijd uit deze statie spreekt.
Wie zal dit machtsspel openbreken naar ‘ een morgen ongedacht’ …
Wie heeft het lef?

Mij treft de soevereiniteit die in deze statie spreekt
uit de persoon van Jezus.
Zijn gewaad is even wit als dat van de hogepriester en Pilatus
maar alleen hij is he tdie de wereld recht in de ogen kan kijken.
Daar sta ik dan.
Ik voel mij ongemakkelijk,-
níet door Jezus’  aanblik, nee.
`t Is dat zijn handen geboeid zijn,
want iedere keer als ik kijk
overvalt mij het wondere gevoel
dat deze Jezus het liefst zijn armen wijd-uit zou spreiden
een omarming om in thuis te komen…

Maar nòg sta ik tegenover hem
en ik wéét dat ik hem wil antwoorden
‘ Ja, Heer,ik geloof
maar: kom mijn ongeloof te hulp.’

2e Statie Jezus moet zijn kruis dragen

statie2

De soldaten spotten met Jezus, zij vlechten een doornenkroon, geven Hem een rode mantel en roepen spottend: 'Wees gegroet, Koning van de Joden'.Zij slaan Hem, bespuwen Hem en nemen Hem de mantel weer af. Met opgeheven hoofd en rechte schouders trekt Jezus het kruis door de straten, naar de heuvels buiten de stad.

Gedachten bij de 3estatie - Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis (Gertjan Robbemond)

statie_3

Gaan de weg doe je,
dragend de last van je leven

Je kunt niet anders
dan dat kruis dragen.

Het tekent jouw leven
stap voor stap.
Je hebt er mee geworsteld
tot in de diepste nacht:
worsteling van weerstand en overgave.

Je hebt het op je genomen.

Dat maakt het niet lichtvaardig.
Niet dat de pijn niet drukt,
Niet dat je er niet onder gebukt gaat.
Niet dat je dan makkelijk je vrede vindt.

Wankelend ga je.
Struikelend, vallend;
Geen gelopen koers.
Gaan de weg doe je.

Met vallen, met opstaan;
om te volbrengen
dat liefde sterker is,
sterker dan de dood.

Gedachten bij de 4e statie - Jezus ontmoet zijn bedroefde moeder (Gertjan Robbemond)

statie4

Hoe heeft zij jou gedragen
in haar moederschoot geweven.
Hoe heeft zij jouw ogen gezien:
weerloos, vol verwondering
Ongekende intimiteit.

En nu?

Haar blik op jouw ogen.
Haar ogen drinken in wat jou geschiedt.

Hoe diep daalt zij mee af
in de pijn, in de kwelling,
in de naderende dood?
Hoe verscheurd is haar hart?

Jouw blik op haar.
Wat zie je voor je in haar ogen?
Haar machteloosheid?
Haar bloedend moederhart?

Kun je er nog bij komen
Gebukt als je gaat onder het kruis?
Is er troost, ontferming te vinden bij elkaar
nu alles zo aan stukken gaat?

Jullie ogen spreken, een woordenloze verbondenheid,
van hemelhoge vreugde en peilloos diepe pijn

Overweging bij de 5e statie van de kruisweg van Jan Toorop (Chris Kors)

meditatief2

Pilatus heeft zijn handen van Jezus afgetrokken.
Niet dat deze mens naar zijn oordeel ergens schuldig aan was,
maar met de Paasdagen dit weekend voor de deur
heeft hij ook geen zin in ‘gedoe’.
Soldaten voeren Jezus weg.
Ze roepen hun maten erbij
en niet zomaar een paar –
de hele cohort, 480 man sterk, roepen ze bijeen.
Mogen zij misschien ook een verzetje hebben…
Van discipline en orde is hier dan ook geen sprake meer… wàt een gedoe!

`t Is haast een journalistieke weergave
Zoals de evangelist Markus over dit voorval schrijft.
Ontdaan van elke emotie.
Wat hier gebeurt, is dan ook gevoelloos.
Onvoorstelbaar
hoe een mens uitgeleverd wordt
als het recht op z’n beloop wordt gelaten.
Des te opmerkelijker Toorops perceptie van dit gebeuren.
Met verwondering kijk ik naar de 5e statie.
Zo bizar en mensonterend het leven op het wereldtoneel kan zijn
-Toorop weet het,
hij heeft zijn staties geschilderd
in een tijd dat de wereld in brand stond,
in de jaren 1916-1918
en ís er dan nog wat te verwachten?
Toorop geeft antwoord met zijn penseel,
Een verhaal in 14 staties.

Op zijn 5e statie laat hij zien dat er in de waanzin van de tijd
wel degelijk nog iets te onderscheiden valt.
Een tijd die hij onmiskenbaar tekent met een kruis,
een kruis dat scheiding maakt
tussen wie achter en wie voor staan,
tussen wie ‘ach en wee’  roepen en wie kruis-drágers zijn.
‘ Wil je mijn volgeling zijn’  had Jezus gezegd
‘ neem dan iedere dag je kruis op.’  (Lk.9,23)
Zó tekent Toorop Simon van Cyrene…
Hij was geprest om dit kruis te dragen, beschrijft Markus
maar Toorop ziet Simon van Cyrene
als een mens die getekend is door het volgen van Jezus
een mens die gericht is op de weg die zijn voorganger gaat
(let maar eens op zijn blikrichting en zijn houding (benen/knieën))
Eéndrachtig, letterlijk, nemen zij dit kruis op
bij hun gaan door de straten van Jeruzalem.

In deze 5e statie kan het perspectief ook zomaar verspringen:
wiens kruis wordt hier nou eigenlijk gedragen?
Het is Simon aan te zien hoe zwaar het hem valt,
welk een krachtsinspanning hij hiervoor moet leveren,
maar niets duidt erop dat het voor hem voelt
als staat hij in zijn hemd.
Hij hoeft zijn kruis ook niet alleen te dragen…
En wèèr kan het perspectief zomaar verspringen,
Indachtig een ander woord van Jezus:
               ‘ Kom naar mij
               jullie die vermoeid zijn
               en onder lasten gebukt gaan
               en ik zal jullie rust geven…
               want mijn juk is zacht
               en mijn last is licht.’  (Mat.11,28-30)

Ik kijk opnieuw naar deze 5e statie
en zie hoe Toorop de kruisdragende Jezus tekent als teken van hoop:
niet een mens die eronderdoor gaat,
de last niet kan dragen,
de waanzin het hoofd niet kan bieden;
maar
een mens die vastberaden zijn schouders onder het kruis zet,
solidair met wie die last hebben mee te torsen,
en hij draagt die last
het beeld uit
de wereld uit.
De macht-hébbers hebben het nakijken…

Statie 6 Veronica betoont Jezus verlichting in zijn lijden

statie_6

Zonder angst gaat Veronica naar Jezus. Zij wil Hem helpen zijn leed even te verlichten, door Zijn tranen en zweet weg te vegen. Voor even is zijn gezicht fris en verkwikt door de aandacht van iemand die hem begaan is. Het zijn de kleine dingen die het doen. Kleine dingen die een mens gelukkig maken en liefde geven om de volgende stappen op de moeilijke weg te gaan.

Statie 7 Jezus valt voor de tweede keer

statie_7

De weg is moeilijk en bezaaid met stenen. Een kleine steen is voldoende om te struikelen. Jezus is moe, zijn last is zwaar, Hij struikelt over een kleine steen en valt. Hoe komt Hij overeind? Met hulp van de brute kracht van de soldaat? Of op eigen kracht met steun van zijn linkerhand en Vader, of met steun van Maria die ons uitnodigt Hem te helpen?.

Gedachten bij de 8e statie - Jezus troost de wenende vrouwen (Gertjan Robbemond)

statie_8

De dorre doodsheid van jouw lijden
dompelt de vrouwen in zwarte rouw.
De last die op jouw schouders drukt: niet aan te zien.
Jouw vallen;  een dolksteek in het hart.

Hun hart bloedt,
vol machteloosheid,
diep verslagen.

Hun vertwijfeling om jou.
Zal dit het einde zijn.
Jouw einde,eerloos,
zonder naam,
verbannen uit het land der levenden?

Maar zo niet jij !
Wel ga jij jouw weg van opoffering en overgave.
weerbarstig, gebroken,
van tijd tot tijd.
Maar ook door de worsteling en pijn heen,
jouw weg van opstanding,
van meer dan het gewone.

Jouw lichtend aangezicht toch niet overwonnen
Jouw lichtende aanschijn die door het duister breekt.
In jouw dorre doodsheid ontspringt een fontein. Jouw bron van ontferming springt op,
ook nu, getekend als zij is
in zilte tranen,
met oog en hartvoor de ander,
de anderen om je heen.

Jouw hand, jouw oog zoekt hen;
dragend, helend,
bemoedigendom op te staan door de tranen heen.

Gedachten bij de 9e statie - Jezus valt voor de derde maal (Gertjan Robbemond)

statie9

Lang is jouw weg,
Dodelijk vermoeiend.
Je valt,
Weer.
Nog dieper en zwaarder dan voorheen.
Tot hier en niet verder lijkt je lichaam te zeggen.
Je kunt niet meer.Geen kracht meer om te dragen.
geen been meer om op te staan.

Mag het nu genoeg zijn?
Dat je je hoofd te ruste legt?
Dat je lichaam zich neerlegt in de schoot van de aarde?
Dat je je pijn aflegt in de stilte van de dood?

In deze diepte daal je alleen af.
De wereld lijkt aan jou voorbij te gaan,
Maar meer nog hangt zij
in verscheurde flarden
om jou heen.

Soldaten spelen hun eigen,
oude spel;van macht en wapens,
van dwang en doodslag,
van klein houden en neerdrukken.
Je bent niet in tel.

En vrouwen, groot en klein,
raken ontzet bij zoveel leed;
Wat kun je nog,
al ben je diep bewogen?
Gebed?
Gebaar van hulp?
Verlamd in onvermogen?

Zou jij nog opstaan?  Is er hoop?

Statie 10 Soldaten dobbelen om de kleren van Jezus.

statie10

Jezus staat nu boven op de berg. Daar nemen de soldaten zijn kleren weg. Al wat hem nog rest is zijn waardigheid, zijn toekomst en zijn leven. Zelfs op dit mensonterende moment heeft Hij zijn vijanden lief.

Overweging bij de 11e statie van de kruisweg van Jan Toorop (Chris Kors)

meditatief3

De 11e kruiswegstatie van Toorop
roept mij in herinnering een verhaal uit het eerste bijbelboek (Gen.28,10vv),
waar verteld wordt over Jakob die, onderweg naar Charan,
de nacht doorbrengt in het open veld en een droom krijgt.
Hij zag / een ladder die op de aarde stond
en helemaal tot de hemel reikte;
en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen.
Het is een mooie droom.
Bij hem stond de Heer,
die zich niet enkel bekend maakte als de God van zijn vaderen
maar ook aan Jakob zijn woord geeft:
‘waar jij ook gaat,
ik zal met jou zijn.’

Op de 11e statie in Toorops kruisweg
staan maar liefst twee ladders opgesteld,
tot in de hemel;
hier echter is geen sprake van een droom
maar van een nachtmerrie.
Hier geen engelen die langs die ladders opgaan en afdalen,
maar soldaten die in deze kruisiging slechts opgaan,
hoger en hoger, als hemelbestormers.
Hier is de spierballentaal aan het woord van machten en structuren
die ogenschijnlijk het recht laten gelden
en zo voor een evenwichtige samenleving zorgen.
De statie is door Toorop ook als een uitgebalanceerd geheel gecomponeerd.
Volstrekt in balans,
met de beide soldaten en de beide Maria’s aan weerszijden van de gekruisigde.
Tegelijkertijd, het is uitgerekend die gekruisigde
die voor Toorop werkelijk soeverein is in dit geheel;
door Toorop getekend als een mens die weet
dat deze hemelbestormers hier aan het plafond zitten van wat zij vermogen.
De dwarsbalk van het kruis vormt letterlijk het plafond van deze statie.
Hoger zullen zij niet kunnen reiken.

Is daarboven nog iets te verwachten?
Toorop tekent Christus zelf als een levende heenwijzing daarheen.
Zijn lichaam is getekend met een kruis,
waarachter een rijzende zon reeds een nieuwe dageraad doet vermoeden.
Deze mens,
die in zijn doen en laten de taal van Gods liefde articuleerde,
is tot op het kruis aan toe het levende bewijs
dat enkel deze levenswijze aarde en hemel verbindt.
Bij hem geen ladder, omdat hij er anders niet bij kan.
Bij hem geen gespierde taal.
Wat hij uitstraalt noemde de theoloog Berkhof ‘weerloze overmacht’.
Zie hoe Toorop hem tekent:
hoe deze Christus, hoe hij in het leven staat, aarde en hemel verbindt:
met zijn voeten tot in de aarde reikt hij hemelhoog.
Hij strekt zich uit, als naar de vier windrichtingen,
opdat niemand in deze strijd verloren raakt.
Hij strekt zijn armen uit
en onder zijn vleugels wordt al geschuild.
Zijn blik is gericht op ons,
voorbijgangers aan wat het leven in deze wereld schendt en schaadt.
We zouden de hemel er wel mee willen bestormen…
Maar we mogen er ook mee schuilen
in de hoede van hem
die het heeft toevertrouwd in de handen van wie wij mogen noemen:
onze Vader.

statie12

Gedachten bij de twaalfde statie - Jezus sterft een het kruis

Jouw ogen zijn gesloten,
hun glans verloren,
ingekeerd tot in de diepste stilte,
onbereikbaar,
voorbij de laatste grens

Er zijn geen woorden meer
die iets van troost of moed aanreiken;
geen stem meer
die de dood op afstand houdt.

Jouw diep bewogen hart valt stil;
leven breekt in stukken;
scherven blijven over
van wat was en is voorbijgegaan.

Loodzware stilte valt
om de tranen heen.

Zij – de vrouwen om het kruis –
slaan hun ogen neer.
Hun gebed is handenwringend
in onmacht gevangen.
Maar wij niet evenzeer?
Om wat niet te verteren valt,
om wat ons als de dood maakt:
dat alle hoop en toekomst verloren zou zijn,
dat leven zo dodelijk onteerd en zonder waarde wordt
dat er een kruis doorheen wordt gehaald;
dat dood sterker zou zijn dan de liefde?

statie13

Gedachten bij de dertiende statie - Maria neemt Jezus in haar armen (Gertjan Robbemond)

Je ligt in mijn armen,
nog één keer,
dichtbij de moederschoot
die jou gedragen heeft.
Je lichaam wordt al kouder;
Ik zou het willen warmen.

Ik kijk naar je gezicht
en probeer nog iets terug te zien
van het kind dat je was,
hoe je speelde in de zon,
wijze woorden sprak.

Jouw woorden en wat je deed:
Ik bewaarde ze in mijn hart
en dacht er over na,
vond er vrede in.

Vrede zie ik nu ook,
Op jouw gelaat.
Het verrast me, want het was zo zwaar,
onmenselijk.

Maar jouw vrede raakt me,
brengt de stormen in mij tot rust,
haalt mij uit de kring van tranen,
uit de angst voor een soldatenvuist.

Jouw vrede brengt mij weer te binnen
hoe jouw woorden in mij leven,
hoe jouw liefde banden smeedt:
sterker dan de dood.

statie14

Gedachten bij de veertiende statie - Jezus wordt in het graf gelegd (Gertjan Robbemond)

Tot hier toe kunnen we jou omringen.
Een laatste zorgzaamheid
Een laatste gebaar van tederheid.
Nu kunnen we niet verder.

Jouw lichaam leggen we hier te ruste,
in de schoot der aarde,
weggesloten achter stenen van gedachtenis.

Onze gedachten gaan naar jou uit,
naar wat je gloedvol sprak:
over dood en leven,
over de derde dag,
over opstanding en toekomst.

We denken aan jouw woorden
over de graankorrel in de aarde. (Joh.12:24)
over bronnen van eeuwig leven.

Zijn het schrille woorden,
holle klanken
die terugkaatsen van de harde steen;
die in de weerbarstigheid van ons bestaan
toch niet houdbaar zullen blijken;
die door pijn en tranen weggespoeld worden?

Of zijn het ergens
hoe dan ook
woorden die ons dragen,
een kiem van hoop laten wortelen in ons hart,
dat ons een nieuwe morgen op zal gaan,
voorbij de steen, voorbij de nacht?

Download hier het document met alle staties.

Mei 2012
Z M D W D V Z
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31 1 2
Juni 2012
Z M D W D V Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30