Veertigdagentijd

Alles of niets

 

Wie denk je nou dat ik ben?

Iemand die / het onmogelijke bevelen / in het bloed zit?

Een duivelskunstenaar?

Een collaborateur?

Je zegt dat ik anders geen zoon van God kan zijn.

Dat ik anders nergens op hoef te rekenen.

 

Ik zal je zeggen wie ik ben.

Gods woorden zijn mijn leeftocht.

Het komt niet in mij op

dat hij stenen voor brood zou geven.

Ik dank de hemel op m’n blote knieën

dat hij mijn alles is.

 

‘Jouw God,’ zegt mijn Heer,

‘jouw God wil ik zijn -

dat is mijn leefregel

En al wat geboden is

wil voorwaarden scheppen

voor bevrijdend leven.’

Zijn gebod is als een mantel om mij heen geslagen

Het is de ziel van mijn gebed

 

Wie denk jij eigenlijk wel dat je bent?

Je geeft mij niets te eten

Je brengt mij nergens

Je denkt alles te overzien

maar ziet juist alles over het hoofd.

Jij

jij doet mij

niets.

 

meditatieve gedachte uit de vesper 21 februari 2010, als gelezen zijn Ex.20,1-17 en Mat.4,1-11

 

 

Februari 2012
Z M D W D V Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 1 2 3
Maart 2012
Z M D W D V Z
26 27 28 29 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31